AOW-leeftijd naar 67 jaar

Het kabinet is er bijna uit, en alles duidt erop dat de Nederlander twee jaar langer moet werken voordat hij AOW krijgt. Een maatregel waarvoor steeds meer draagvlak is ontstaan, maar die een enorme impact zal hebben op de hele samenleving.

Het heeft ruim twee weken geduurd, maar het kabinet en de coalitiefracties van CDA, PvdA en Christenunie zijn het nagenoeg eens geworden over hoe Nederland de financiële crisis te lijf moet, en vooral ook hoe de investeringen in de economie later weer terugverdiend kunnen worden.

De lang gekoesterde wens van minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) lijkt in vervulling te gaan; hoe en wanneer precies is nog niet bepaald, maar dat de AOW-leeftijd omhoog gaat, staat vrijwel vast. En dat betekent méér dan alleen twee jaar langer werken. De grens van 65 jaar zit zo diep in de samenleving geworteld, dat alle veranderingen ver doorwerken in allerlei fiscale maatregelen en voorzieningen.

Gevolgen voor de samenleving

Aan niemand zal de verhoging van de AOW-leeftijd voorbijgaan. Het komt er kortweg op neer dat wij twee jaar later 'bejaard' zijn. ''Het bereiken van het 65ste levensjaar is in Nederland een culturele norm geworden,'' zegt Lans Bovenberg, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg, ''Als je 65 bent, hoef je niet meer te werken en ben je dus 'oud'. Dat gaat gepaard met allerlei voordelen, zoals de kortingen met de 65-pluspas. Met het verhogen van de AOW-leeftijd lijkt het mij logisch dat die grens over de hele breedte wordt verhoogd.''

Dat beaamt Roland Brandsma, hoogleraar fiscale economie aan de Universiteit van Amsterdam. ''Anders is het onduidelijk wanneer je waarop recht hebt. Zo kunnen 65-plussers nu meer buitengewone lasten voor chronische ziekten aftrekken. Dit soort fiscale voordelen zullen allemaal naar 67 jaar moeten om het systeem overzichtelijk te houden.''

Gevolgen voor de individuele burger

Hoewel ingrijpend voor de hele samenleving, betekent verhoging van de AOW-grens niet dat dat ook voor iedereen slecht uitpakt. Wie het gelag betaalt, hangt af van de variant die wordt gekozen. Bovenberg: ''Ik verwacht dat ervoor wordt gekozen de AOW-leeftijd in de eerste zes jaar met twee maanden per jaar te verhogen. Daarna wordt dat één maand per jaar. In Duitsland is dat ook zo gedaan.''

Als de regeling in 2012 ingaat, zoals nu wordt verwacht, dan moet iedereen die nu 45 jaar of jonger is tot zijn 67ste blijven werken.

Met deze variant maakt de overheid een inhaalslag in het terugverdienen van de investeringen om de crisis te bestrijden. De leeftijdscategorie die moet betalen is de groep van 45 tot 50 jaar. ''Die mensen betalen relatief de meeste premie in verhouding tot de periode dat zij gebruik kunnen maken van de uitkering,'' legt Bovenberg uit. ''Dit is voor de sociale partners ook nog te slikken, omdat de meeste vakbondsleden boven de vijftig zijn en zij redelijk worden ontzien.''

De generatie die bij deze variant het meeste baat heeft zijn de 62-plussers. Voor hen verandert er niets. Ze zouden er zelfs iets op vooruit kunnen gaan, als met de AOW ook de pensioenfondsen twee jaar later de aanvullende pensioenen gaan uitkeren. Door dat uitstel - waarover nog niets vaststaat - zouden de pensioenfondsen veel meer geld overhouden en hun huidige tekorten kunnen inlopen en de pensioenen kunnen indexeren, verhogen, meent Bovenberg.

Gevolgen voor de pensioenfondsen

De gevolgen voor de pensioenfondsen hangen ervan af of de pensioenleeftijd ook echt meestijgt met de AOW-leeftijd. En dat 'bepalen werkgevers en werknemers', zegt directeur Frans Prins van OPF, de branchevereniging van ondernemingspensioenfondsen. Als de pensioenleeftijd meestijgt met de AOW-leeftijd, is dat voordelig voor de fondsen. Werknemers betalen langer premie, terwijl er pas later uitbetaald hoeft te worden. ''Daar komt wel bij dat de fondsen door de stijgende levensverwachting meer geld kwijt zijn aan pensioenen,'' zegt Prins.

Als de pensioenleeftijd voor het aanvullend pensioen 65 blijft, zullen pensioenspaarders tussen 65 en 67 wél aanvullend pensioen, maar geen AOW krijgen, een 'gat' dat kan worden gevuld.

Prins: ''Om dat verlies aan inkomen te compenseren zouden 65-plussers langer kunnen doorwerken, bijvoorbeeld tot 66 jaar. Met het in dat jaar extra opgebouwde pensioen kunnen zij dan toch een jaar eerder stoppen dan de AOW-leeftijd van 67 jaar.''

Gevolgen voor de overheid

Voor de overheid is verhoging van de AOW-leeftijd erg lucratief. Bij directe verhoging van 65 tot 67 jaar betekent dat volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) een jaarlijkse besparing op de uitgaven van 1 tot 1,4 procent van het Bruto Binnenlands Product (593 miljard euro BBP in 2008). De geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd, de meest waarschijnlijke variant, levert een jaarlijkse besparing van 0,8 tot 0,9 procent van het BBP op.

''Daar komen nog extra besparingen bij,'' zegt Brandsma. ''Werknemers moeten twee jaar langer AOW-premie betalen. En extra aftrekposten die nu op hun 65ste ingaan, gaan dan pas op hun 67ste jaar in.''

Wat verandert er met verhoging AOW-leeftijd?

- AOW-premie betalen tot 67 jaar in plaats van de huidige 65 jaar.
- De aftrek voor startende ondernemers moet van 65 naar 67 jaar.
- Extra aftrek buitengewone lasten chronisch zieken moet naar 67 jaar
- De ontslagbescherming moet van 65 naar 67 jaar
- Door inkomensval op 65ste jaar is hypotheekrenteaftrek nu op die leeftijd lager. Dat wordt 67 jaar.

Overgenomen van Het Parool, (GERT VAN HARSKAMP)
Bijgewerkt